Ingmar Flier

Hoe duurzaam is de gemeente zelf?

De gemeente Barneveld pleit voor verduurzaming. Maar wat doet de gemeente hier zelf aan? Twee collega’s van team vastgoed vertellen. Ingmar Flier is er medeverantwoordelijk voor dat nieuwe gemeentelijke gebouwen er komen. En voor de verduurzaming en het beheer van bestaande panden. Kim van de Kraats houdt zich bezig met dienstverlening binnen de organisatie (bijvoorbeeld schoonmaak) en met de binnenkant van de gebouwen.

Kim coördineert onder meer de dagelijkse aansturing van de schoonmaak van de gemeentelijke panden. Als interieurontwerper houdt ze zich ook bezig met de inrichting. Duurzaamheid is daarbij steeds een belangrijke afweging. Hoe duurzaam zijn materialen, kan je ze met duurzame middelen schoonmaken en kan je ze hergebruiken? “Bij de keuze van vloerbekleding bijvoorbeeld, houd ik er rekening mee welke grondstoffen die heeft en welk onderhoud nodig is. Bij meubilair denken we na over mogelijke nieuwe bestemmingen. Gebruikt meubilair kan een nieuw leven krijgen, bijvoorbeeld in asielzoekerscentra. Als het niet is te hergebruiken, kijk ik hoe het afgevoerd kan worden. Door bijvoorbeeld materialen van elkaar te scheiden, kunnen ze gerecycled kan worden.” Ook bij het onderhoud is duurzaamheid belangrijk. “Als we panden laten schilderen, stellen we eisen aan de verf waarmee dat gebeurt. Die moet zo min mogelijk schade toebrengen aan het milieu.”

Duurzaam schoon

“Materialen moeten niet alleen onderhoudsvriendelijk zijn, je moet ze ook met milieuvriendelijke middelen kunnen onderhouden. En bij de aanbesteding van bedrijven die de gebouwen onderhouden, stellen we eisen aan de schoonmaakmiddelen. Mensen denken dat het schoon is als het maar flink naar bleekmiddel ruikt. Maar die luchtjes zeggen niets over de hygiëne en de werking van het product. Wij werken veel met onder andere microvezeldoekjes. Die zijn ontwikkeld om zonder schoonmaakmiddelen schoon te maken. Dan heb je eigenlijk geen schoonmaakmiddel meer nodig.”

Mensvriendelijk

Duurzaamheid gaat niet alleen over materialen, zegt Kim. Het is ook: mensen een kans geven die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. En een mensvriendelijke inrichting van gebouwen. “Het kamertje waarin we nu zitten bijvoorbeeld, was geen prettige ruimte”, vertelt Kim. “Door de print van het behang aan de muur en door de bekleding van de vloer vinden mensen het nu wel prettig. We moeten alleen de akoestiek nog iets verbeteren. We hebben hier nog wel een plastic plant in de hoek staan. Dan kun je niet zeggen dat het duurzaam is. Aan de andere kant; een plant overleeft niet op deze plek. Steeds maar een nieuwe plaatsen, is ook niet duurzaam.”

Duurzame gebouwen

Ingmar Flier let op duurzaamheid bij nieuwe en bestaande gemeentelijke gebouwen. Dat doet hij in een team van veertien mensen. De gemeente heeft zo’n tachtig gebouwen; van gemeentehuis tot bibliotheek, tot buurtcentra. “Van sommige gebouwen zijn we echt eigenaar. Voor andere stellen we een budget ter beschikking voor de realisatie. Bijvoorbeeld scholen, zij bouwen en beheren hun gebouw zelf.”

De verduurzaming gaat op basis van de rapportage ‘Robuuste aanpak verduurzaming Barneveldse vastgoedportefeuille’, vertelt Ingmar. ”Met vijftien panden willen we vlug aan de slag omdat we daar de investering snel kunnen terugverdienen. Denk aan het isoleren van de schil, dus de buitenkant van een gebouw. En aan het verduurzamen van de installaties. Waar dat mogelijk is, koppelen we het aardgas af. We voeren de maatregelen uit in combinatie met het meerjarig onderhoud (groot onderhoud) om zo kosten te beparen. De gemeente Barneveld richt zich naar de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs. Dus: in 2030 55% reductie van de CO2. En in 2050 energieneutraal. We liggen hier goed mee op koers. Zo hebben we bijvoorbeeld op een groot aantal gemeentelijke panden zonnepanelen gelegd.

Gasloos maken is een puzzel

“De grootste uitdaging is het gasloos maken van panden. Je kunt niet zomaar overal warmtepompen plaatsen. Dat kan het elektriciteitsnet niet aan. Bestaande panden zijn er vaak niet geschikt voor. Je moet dan eerst isoleren en de installaties (radiatoren en luchtbehandeling) aanpassen. Daarnaast moet je ook kijken naar de samenhang met de omgeving. Er moet ruimte zijn en je mag geen overlast veroorzaken naar omliggende panden.

Gasloos maken is ook financieel en organisatorisch een uitdaging. Dat komt omdat het dagelijks beheer van panden niet steeds bij ons ligt. Als je zelf de energierekening betaalt, kun je investeringen één op één verrekenen. Maar als je te maken hebt met een huurder, dan moet je afspraken maken. De investering moet wel weer terugkomen. De gebruiker moet het pand ook zó gebruiken, dat de besparing gehaald wordt. Bijvoorbeeld niet voortdurend de deur open laten staan. Kortom, panden gasloos maken, dat zijn hele puzzels.”

Nieuwe panden

“Ontmoetingscentrum Bronveld en de voedselbank in Oldenbarneveld, in Barneveld, bouwen we nieuw. De huidige gebouwen zijn zo oud, dat er geen eer meer aan is te behalen. We hebben daarom gekozen het volledig nieuw te bouwen. Hierbij hebben we niet alleen aandacht voor duurzaamheid, maar proberen we binnen de beschikbaar gestelde budgetten ook rekening gehouden met onderwerpen als circulariteit (toepassen herbruikbare materialen) en natuurinclusieviteit (gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor mens en dier). De sloop van de bestaande panden moeten we nog nader uitwerken. Ook hier proberen we rekening te houden met circulair slopen. Bij de nieuwbouw speelt ook sociale veiligheid een rol. Het speelveld ligt nu achter het gebouw. Dus dat halen we meer naar voren. Het dorpshuis gaat meer naar achteren. Gymzaal De Brug en dorpshuis de Eng in Voorthuizen zijn ook mooie duurzame voorbeelden. Deze waren al gasloos voordat de wetgeving dat verplichtte. Duurzaamheid stopt niet binnen het team. Daarom is het goed dat we binnen de verschillende teams, afdelingen en projecten steeds beter samenwerken en elkaar helpen naar een duurzamere leefomgeving.”

Lees meer duurzame verhalen